ECLI:NL:RBGEL:2013:CA3318
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ex-echtgenote tot afstorting en uitbetaling pensioenaanspraken na scheiding
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2008 gescheiden. De ex-echtgenote vordert afstorting van pensioenaanspraken die tijdens het huwelijk door de ex-echtgenoot zijn opgebouwd, op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet Vps). Zij stelt dat de peildatum voor de verevening de datum van echtscheiding is, terwijl gedaagden een eerdere peildatum hanteren.
De rechtbank oordeelt dat de peildatum voor de pensioenverevening de datum van echtscheiding is, conform de Wet Vps, en dat de ex-echtgenote terecht de pensioenuitvoerder (de holding) heeft betrokken. Echter is geen mededeling gedaan aan het uitvoeringsorgaan binnen de wettelijke termijn, waardoor geen recht op afstorting jegens de holding is ontstaan.
De rechtbank weegt vervolgens de belangen rondom de afstorting van het pensioenkapitaal. Hoewel de ex-echtgenote aanspraak maakt op afstorting op commerciële waarde, is de pensioenvoorziening in eigen beheer opgebouwd en is bij de verdeling van de gemeenschap uitgegaan van fiscale waarde. De rechtbank acht afstorting op commerciële waarde niet redelijk en billijk, mede omdat onvoldoende is onderbouwd dat afstorting de continuïteit van de onderneming niet in gevaar brengt. De vorderingen tot afstorting en hoofdelijke veroordeling worden afgewezen, en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot afstorting van pensioenaanspraken en hoofdelijke veroordeling af en compenseert de proceskosten.