ECLI:NL:RBGEL:2014:1015
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid burgemeester tot sluiting pand bij handelshoeveelheid drugs volgens artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Nijmegen legde bestuursdwang op om een pand en de daarin gevestigde onderneming te sluiten vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om schorsing van het besluit. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en overwoog dat artikel 13b van de Opiumwet de burgemeester bevoegd maakt tot sluiting indien drugs met een bepaalde bestemming aanwezig zijn.
De rechter verwees naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die bevestigt dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs in een pand duidt op een bestemming voor verkoop, aflevering of verstrekking. De hoeveelheid cocaïne en heroïne die in het pand werd aangetroffen, overschreed ruimschoots de norm voor eigen gebruik, waardoor het aan verzoeker was om het tegendeel aannemelijk te maken, hetgeen niet is gelukt.
Verzoeker voerde aan dat de beleidsregel ongeldig is en dat sluiting zonder waarschuwing onrechtmatig is, maar de voorzieningenrechter verwierp deze bezwaren, mede vanwege het verschil tussen woningen en voor publiek toegankelijke lokalen en de eerdere problemen met drugs in het pand. De rechter concludeerde dat de burgemeester terecht bestuursdwang toepaste en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en de burgemeester is bevoegd tot sluiting van het pand wegens handelshoeveelheid drugs.