Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Aanduiding bestreden besluit
2.Procesverloop
3.Overwegingen
I. wanneer hij, na het tijdstip van dertig jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende dertig achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest;
II. wanneer hij, na het tijdstip van tien jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende tien achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest en tevens gedurende die tijd is onderhouden door het Rijk, een provincie, een gemeente of een waterschap.
1 juli 2009 in zaak nr. 200806520/1, volgt dat verweerder slechts bevoegd is tot handhavend optreden jegens rechthebbenden op de weg wegens de door hen aangebrachte belemmeringen van die openbaarheid, indien daarmee het stelsel van de Wegenwet en de daarin vervatte waarborgen voor de rechthebbenden niet worden doorkruist. Uit dit stelsel volgt dat rechthebbenden op een weg hierover slechts alle verkeer, behoudens de beperkingen bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenwet, hebben te dulden, wanneer de weg openbaar is in de zin van artikel 4 van Pro die wet. In zoverre komt derhalve betekenis toe aan het toetsingskader van de Wegenwet. Voor zover toepassing van artikel 2:10, eerste lid, van de APV er toe strekt te bewerkstelligen dat de rechthebbende op de weg ook openbaar verkeer toelaat dat buiten de reikwijdte van zijn duldplicht ingevolge de Wegenwet valt, dient die toepassing wegens strijdigheid met de Wegenwet achterwege te blijven.