Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De rechtbank stelt vast, hetgeen niet in geschil is, dat De Dries vanaf het begin van de twintigste eeuw open heeft gestaan voor langzaam verkeer, zoals voetgangers, fietsers en handkarren. Gelet op dit gebruik is voldaan aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder I van de Wegenwet, zodat eiser, gelet op artikel 14 van Pro de Wegenwet, in ieder geval deze verkeersstromen diende, en thans dient, te dulden. Het door eiser in de jaren zestig geplaatste bordje ‘eigen weg’ maakt dat niet anders, omdat ten tijde van die plaatsing het in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder I, van de Wegenwet het bedoelde tijdvak van dertig jaar reeds was verstreken.Verder heeft de rechtbank in die uitspraak geoordeeld over de plaatsing van het bordje ‘eigen weg’: “
Hoewel de plaatsing van dit bordje niet van invloed is voor zover het langzaam verkeer betreft, heeft deze er wel toe geleid dat het gebruik nadien van die weg door gemotoriseerd verkeer slechts ‘ter bede’ geschiedde zodat het feitelijk gebruik door gemotoriseerd verkeer in dit geval niet tot de openbaarheid van die weg voor dat verkeer kon leiden.De rechtbank heeft in die uitspraak geconcludeerd dat
“…toepassing van artikel 2:10, eerste lid, van de APV er in dit geval toe strekte te bewerkstelligen dat eiser op De Dries openbaar verkeer toeliet dat buiten de reikwijdte van zijn duldplicht ingevolge de Wegenwet viel. Niet is immers gebleken dat het door hem te dulden niet-gemotoriseerde verkeer door de geparkeerde auto is gehinderd.’’
kunnen,door het sluiten ervan, de bruikbaarheid van de weg belemmeren . Het college heeft op zitting toegelicht dat het aanwezig laten van openstaande poorten kan leiden tot handhavingsproblemen. Indien de poorten toch gesloten worden valt niet uit te sluiten dat onduidelijkheid kan ontstaan wie de poorten heeft gesloten. De voorzieningenrechter acht dit een begrijpelijk standpunt. Dit maakt dat de opgelegde last onder bestuursdwang die ertoe strekt dat de twee poorten geheel worden verwijderd en verwijderd blijven, niet onnodig verstrekkend is.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de begunstigingstermijn die is verbonden aan de opgelegde last wordt verlengd tot één week na de uitspraak.