Eiseres, een hulpbehoevende vrouw met een verplaatsingsbehoefte, ontving sinds 2003 een forfaitaire vergoeding voor het gebruik van haar eigen aangepaste auto. Verweerder beëindigde deze vergoeding per 1 januari 2014, stellende dat eiseres zelfredzaam is omdat zij een eigen auto bezit. De rechtbank oordeelt dat verweerder een cirkelredenering hanteert: eiseres is afhankelijk van de auto vanwege haar beperkte zelfredzaamheid en heeft de vergoeding nodig om de auto te kunnen gebruiken.
Uit een rapport van TriviumPlus blijkt dat eiseres niet kan reizen met collectief vervoer en aangewezen is op haar auto. Verweerder heeft geen onderzoek gedaan naar het gebruik van openbaar vervoer en heeft de stelling van eiseres dat zij zonder vergoeding haar auto niet kan gebruiken niet bestreden. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat inkomenssituaties niet mogen leiden tot weigering van voorzieningen op grond van financiële zelfredzaamheid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de financiële tegemoetkoming wordt voortgezet vanaf 1 januari 2014. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.