ECLI:NL:RBGEL:2014:2704
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.W. van Osch-Leysma
- H.J. Klein Egelink
- E.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet gemeld vermogen in Turkije en verkoop bedrijfsauto
Eiser en zijn echtgenote ontvingen bijstand sinds 2003. Verweerder startte een onderzoek naar mogelijk niet gemeld vermogen in Turkije, gebaseerd op een risicoprofiel en aanwijzingen in het dossier, waaronder een adres in Turkije op een ziekmeldformulier. Uit het onderzoek van het Internationaal Bureau Fraude (IBF) bleek dat eiser meerdere onroerende zaken in Turkije bezat en een bedrijfsauto verkocht had zonder dit te melden.
Verweerder trok de bijstand over de periode van 5 september tot 23 oktober 2012 in wegens vermogensoverschrijding en beëindigde de bijstand met ingang van 24 oktober 2012 vanwege het niet overleggen van bewijsstukken. Eiser voerde aan dat het onderzoek discriminerend was en inbreuk maakte op zijn privacy, maar de rechtbank oordeelde dat het onderzoek wettelijk was toegestaan, proportioneel en niet discriminerend.
De rechtbank stelde vast dat eiser in strijd met zijn inlichtingenplicht handelde door het niet melden van het vermogen en de verkoop van de auto. De taxatie van de onroerende zaken door het IBF werd als betrouwbaar beoordeeld. Hoewel verweerder naliet te onderzoeken of er op 5 oktober 2012 opnieuw recht op bijstand bestond, leidde dit niet tot nadeel voor eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wegens niet gemeld vermogen en verkoop van een bedrijfsauto is ongegrond verklaard.