ECLI:NL:CRVB:2008:BC8540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Hamen
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onjuiste vermogensvaststelling
Appellant ontving sinds 1996 algemene bijstand. Na het winnen van een prijs in de postcodeloterij in juni 2006 stelde het College het vermogen van appellant vast en trok de bijstand per die datum in. Het bezwaar tegen deze intrekking werd gedeeltelijk gegrond verklaard, maar het beroep van appellant werd door de voorzieningenrechter afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College bij de vermogensvaststelling terecht rekening hield met het verschil tussen de vermogensgrens en het eerder vastgestelde vermogen. Er was sprake van vermogen boven de grens op 13 juni 2006, waardoor intrekking gerechtvaardigd was voor de periode tot 12 juli 2006.
Echter heeft het College nagelaten te onderzoeken of appellant na deze periode opnieuw recht had op bijstand, terwijl de wet dit voorschrijft bij onderbreking van meer dan 30 dagen. Hierdoor is het besluit tot intrekking voor onbepaalde duur niet houdbaar.
De Raad vernietigt het besluit van 14 september 2006 en beveelt het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het College veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.