Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[eiser sub 1],
[eiser sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 4 juni 2014
- de akte van [eiser sub 1] en [eiser sub 2]
- de antwoordakte van [gedaagde].
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure stond de vaststelling van de omvang van de schade centraal die eiser sub 1 en eiser sub 2 leden door het handelen van gedaagde in strijd met de Wet op het financieel toezicht (Wft). De rechtbank bevestigde dat de aangeboden overeenkomsten door Venturex kwalificeren als vergunningsplichtige financiële producten, ongeacht of sprake is van een beleggingsobject.
Eisers stelden een inleg van €632.500,00 vast, waartegenover zij €551.509,63 aan winstuitkeringen ontvingen. Na verrekening resteerde een negatief saldo van €80.990,37. Dit bedrag werd vermeerderd met €467.767,35, de winstafdracht aan Venturex, die zonder de overeenkomsten niet zou zijn verricht. De totale schade werd aldus vastgesteld op €548.757,72.
De rechtbank vernietigde het eerdere verstekvonnis voor zover daarin een hoger bedrag was toegewezen en wees de wettelijke rente toe over het schadebedrag. De kosten van de verzetprocedure werden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €548.757,72 schadevergoeding plus wettelijke rente en de kosten van de procedure.