ECLI:NL:RBGEL:2014:7562
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- J.A. van Schagen
- Y. van Wezel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschuiving aanvangstijdstip AOW-opbouw en strijd met Eerste Protocol EVRM
De rechtbank Gelderland behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen besluiten omtrent de verschuiving van het aanvangstijdstip van zijn AOW-opbouw als gevolg van wetswijzigingen. Na een eerdere tussenuitspraak nam verweerder een nieuw besluit op bezwaar, waarbij de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard en het bezwaar tegen de ingangsdatum van het pensioen niet-ontvankelijk werd verklaard.
Eiser stelde dat de verschuiving van het aanvangstijdstip van de AOW-opbouw een ontneming van eigendom inhoudt in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM en dat hij daardoor een individuele, onevenredig zware last draagt. Hij claimde schade van circa €30.000 en stelde dat verweerder niet aan de tussenuitspraak had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het pensioenoverzicht een rechtsvaststelling betreft van verzekerde tijdvakken tot de datum van het besluit en geen beslissing over het recht op AOW-pensioen of de ingangsdatum daarvan. De rechtbank volgde eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en concludeerde dat de wetswijziging een legitieme inbreuk is met een redelijke proportionaliteitsrelatie en dat de verschuiving geen onevenredig zware last vormt. De rechtbank wees het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar ongegrond en verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 1 mei 2014 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 16 juli 2013 niet-ontvankelijk.