Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Denemarken, eiser
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (de Svb)
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
26 november 1977 tot en met 1 augustus 2000 verzekerd is geweest.
18 september 2023 gebleven. De Svb motiveert daartoe dat eiser vanaf 2 oktober 1985 tot en met 31 juli 1995 de studie tot jezuïet gevolgd heeft in het buitenland. Eiser is langer dan 10 jaar weggeweest en dat was op voorhand ook al duidelijk, gezien de studie 10 tot 15 jaar kan duren. Daarom is de Svb van mening dat eiser vanaf 15 september 1985 geen ingezetene meer is van Nederland. De periode van verblijf buiten Nederland heeft zo lang geduurd dat eiser geen duurzame band van persoonlijke aard meer heeft met Nederland. Er zijn daarnaast op het moment van eisers vertrek geen bepalingen opgenomen in het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 (KB 164) [2] waardoor eiser alsnog wel verzekerd kan blijven in Nederland. Eiser kan geen rechten ontlenen aan de eerder afgegeven pensioenoverzichten. De pensioenoverzichten zijn indicaties van de verzekeringsloopbaan. Pas bij het toekennen van het AOW-pensioen wordt de definitieve stand van de verzekeringsloopbaan vastgesteld.
€ 25.000,- is de rechtbank niet bevoegd van het verzoek kennis te nemen. Eiser kan zich met zijn verzoek tot de civiele rechter wenden die bevoegd is te oordelen over de gevraagde vergoeding van meer dan € 25.000,-.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 13 december 2023;
- herroept het primaire besluit van 18 september 2023;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;
- bepaalt dat eiser in de periode 2 oktober 1985 tot en met 5 mei 1999 als verzekerd voor de AOW aangemerkt moet worden;
- bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser vergoedt;
- verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding.
mr.C.J. van ‘t Hoff, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op