Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
N.V. NOORDHOLLANDSCHE VAN 1816, SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ,
1.De procedure
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
- de mondelinge behandeling. Verschenen zijn: mevrouw [verzoekster] (met echtgenoot), mr. Mampel voornoemd, de heer [naam] (bedrijfsjurist van Noordhollandsche) en mr. Van Katwijk voornoemd.
2.De beoordeling
1.4.1 Verkeersmaatregelen ter plaatse
- Voor motorvoertuigen bedroeg de ter plaatse toegestane maximumsnelheid 100 km/h.
- Boven de rijbaan van de Rijksweg A-12 zijn matrixboren aangebracht. (Blijkens informatie van de Verkeerscentrale Noord- en Oost Nederland Rijkswaterstaat Oost-Nederland, dhr. [naam], werd op dat moment van het ongeval geen andere maximum snelheid dan de daar geldende 100 km/h aangegeven middels de matrixborden.)
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
Ik zag dat er een vrouw achter de personenauto stond. Zij stond vermoedelijk te kijken of er nog schade aan haar auto was. Ik kreeg niet de indruk dat ze zich zorgen maakte om haar eigen veiligheid omdat ze eigenlijk gewoon bleef staan kijken.
vermoedtdat [verzoekster] stond te kijken naar de schade aan haar auto en dat hij
de indruk kreegdat ze zich geen zorgen maakte over haar eigen veiligheid, omdat ze eigenlijk gewoon bleef staan kijken. De verklaring van [naam] betreft met andere woorden een eigen interpretatie/invulling van deze feitelijke toestand. Deze interpretatie wordt echter op geen enkele wijze door andere feiten of omstandigheden en/of getuigenverklaringen ondersteund. Voor de stelling dat er langere tijd heeft gelegen tussen het uitstappen van [verzoekster] en de aanrijding door[naam] zijn er dan ook te weinig aanknopingspunten die dat onderbouwen. De feiten en omstandigheden die Noordhollandsche in dat kader inroept kunnen die stelling – gelet op de hiervoor weergegeven vaststaande feiten – in ieder geval niet dragen.