Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
nummer 110413, waarop vermeld stond dat er op 31 mei 2011 aan [bedrijf] 72.700 jonge hennen zijn geleverd en waarop vermeld stond “extra kosten in opfokperiode” tot een bedrag van € 19.424,23 [6] , dit terwijl in werkelijkheid 77.214 jonge hennen waren geleverd [7] ;
nummer 100242, waarop vermeld stond dat er op 10/11 maart 2010 aan [bedrijf] 72.780 jonge hennen zijn geleverd en waarop vermeld stond “extra kosten in opfokperiode” tot een bedrag van € 24.198,72 [8] , dit terwijl in werkelijkheid 79.108 (39.580 + 39.528) jonge hennen waren geleverd [9] .
inrichtingvan de hokken van de leghenhouders op de vereisten van de verordening (EG) 589/2008 en, indien de inrichting aan de vereisten voldeed, gaf het CPE (inrichtings-) certificaten af. Bij de controle van de inrichting werd bepaald wat daarin het maximaal aantal te houden leghennen mocht zijn, passend bij de gewenste classificatie. Daarnaast vond een controle plaats bij het
opzettenvan een nieuwe koppel leghennen. Indien deze koppel voldeed aan de regelgeving gaf het CPE eveneens voor die koppel een
(opzet-)certificaat af.
wettelijkeverplichting voor de leghenhouders aanpassingen aan de inrichting van het bedrijf aan het CPE door te geven.
3.Bewezenverklaring
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
[verdachte] heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vals geschrift en het overtreden van de Meststoffenwet. Het bedrijf heeft, samen met zijn medeverdachten, een frauduleuze constructie in stand gehouden. Doordat op de facturen van [medeverdachte] niet het daadwerkelijke aantal geleverde leghennen werd vermeld, kon [verdachte] op relatief eenvoudige wijze meer hennen houden dan op grond van wet- en regelgeving was toegestaan, met meerdere mogelijke gevolgen van dien. Dit handelen vertroebelt de markt en kan controlerende instanties misleiden. Daarnaast kan het afbreuk doen aan het consumentenvertrouwen. Ook heeft het bedrijf met zijn handelen afbreuk gedaan aan het stelstel van de Meststoffenwet, dat onder meer het terugdringen van het mestoverschot en de bescherming van de bodem tot doel heeft.
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
- 23, 24, 24c, 51, 57, 91 en 225 van het Wetboek van Strafrecht;
- 1a, 2, en 6 van de Wet op de economische delicten, en
- 20 van de Meststoffenwet.
9.De beslissing
een
geldboetevan
€ 39.000,00 (negenendertigduizend euro).