Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
Rechtbank Gelderland
Eiseres ontving een WWB-uitkering die de gemeente ten onrechte terugvorderde, wat onrechtmatig werd geoordeeld. Eiseres stelde dat deze terugvordering leidde tot de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling, waardoor haar schulden herleefden en zij schade leed. De rechtbank onderzocht of zonder het onrechtmatige besluit de regeling met een schone lei zou zijn geëindigd.
De rechtbank constateerde dat eiseres meerdere verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling had geschonden, waaronder de sollicitatie- en inlichtingenplicht. De sociale recherche had vastgesteld dat eiseres en haar ex-partner een gezamenlijke huishouding voerden, wat niet aan de bewindvoerder was gemeld. Dit leidde tot een nieuwe schuld en was voldoende grond voor beëindiging van de regeling.
De rechtbank concludeerde dat ook zonder het onrechtmatige besluit de regeling tussentijds zou zijn beëindigd vanwege deze schendingen. Hierdoor was er geen causaal verband tussen het onrechtmatige besluit en de schade die eiseres stelt te hebben geleden. Ook de gevorderde immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het feit dat de gemeente niet verantwoordelijk was voor het sociale rechercheonderzoek.
Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat onrechtmatigheid niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid als geen causaal verband met de schade bestaat.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband met het onrechtmatige besluit.