Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eiser sub 2],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
1.130,00(2,5 punten × tarief € 452,00)
Rechtbank Gelderland
De stichting Veerdiensten c.s. vorderde dat de gemeente Maasdriel werd veroordeeld wegens een onrechtmatige daad, omdat de gemeente voorafgaand aan de aanvraag om een bouwvergunning ten onrechte had gesteld dat voor het plaatsen van een aanlegsteiger een vergunning nodig was. De kern van het geschil betrof de vraag of de aanlegsteiger als een bouwwerk in de zin van artikel 43 lid 1 Woningwet Pro (oud) en het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken moest worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat de steiger, met een oppervlakte van 44 m2 en bestaande uit een loopplank, ponton en palen, niet vergelijkbaar was met de in het besluit genoemde bouwwerken die vergunningvrij zijn, zoals abri’s en installaties voor verkeersregeling. Ook was niet gebleken dat de stichting de gemeente had geïnformeerd over een minder omvangrijke bouw dan aangevraagd.
Daarom kon niet worden vastgesteld dat de aanleg van de steiger vergunningvrij was en was er geen sprake van een onrechtmatige daad van de gemeente. De vorderingen werden afgewezen en de stichting werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. S.C.P. Giesen en op 1 april 2015 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en oordeelt dat geen bouwvergunningplicht bestond en geen onrechtmatige daad van de gemeente is vastgesteld.