Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van een gymzaal op het perceel Julianastraat 17 te Huissen voor een periode van vijf jaar. Eisers stelden beroep in tegen dit besluit en voerden onder meer aan dat de tijdelijke behoefte onvoldoende was aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat eisers 16 tot en met 19 niet ontvankelijk waren omdat zij geen belanghebbenden waren, aangezien zij door tussenliggende bebouwing geen direct zicht hadden op het bouwplan. De overige eisers waren ontvankelijk en hun beroep werd inhoudelijk behandeld.
De rechtbank stelde vast dat de vergunning ook een afwijking van het bestemmingsplan betrof, maar dat deze impliciet was verleend en dat dit geen reden was voor vernietiging. Wel oordeelde de rechtbank dat de tijdelijke behoefte onvoldoende was onderbouwd met concrete en objectieve gegevens, mede omdat het plan voor een permanente voorziening nog in de schetsfase was en er geen ontwerpbestemmingsplan bestond.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank zag geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en gaf aan dat het de derde-partij vrij staat een nieuwe aanvraag in te dienen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.