Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 april 2015
- het proces-verbaal en het aanvullend proces-verbaal van comparitie van 3 juni 2015 en de daarin genoemde producties.
2.De feiten
EUR – 120.000,00
– EUR – Rekening-Courant – [eiser 1]
- verklaart voor recht dat het bepaalde in artikel 6.8 (2e alinea) van de Overeenkomst aldus dient te worden uitgelegd, dat het daar genoemde bedrag van € 120.000,00 exclusief bedoeld is ter voldoening van de fiscale claims betreffende de failliet, zoals verwoord in de email van 13 juni 2013 van mr. Vos en dat over dat bedrag dus geen algemene faillissementskosten kunnen worden omgeslagen.
- Jansen q.q. veroordeelt om uit het in depot gestorte bedrag van € 120.000,00 (steeds binnen vijf werkdagen) alle fiscale vorderingen te voldoen zoals die zijn opgenomen in de email van 13 juni 2013, zonder daarover eerst de algemene faillissementskosten om te slaan.
- Jansen q.q. veroordeelt om de over de aanslag OB mei 2013 door de fiscus gevorderde rente, kosten en boete, aan [naam] c.s. te voldoen.
4.De beoordeling
Primaire vordering
2.842,00(2,0 punten × tarief € 1.421,00)