Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 29 september 2015
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“In het kader van een door u gewenste aflossing van de rekening-courantschuld van [F] in privé aan de [D] , kwamen wij het volgende overeen. [F] zal in de jaren 2010, 2011 en 2012 jaarlijks per saldo € 100.000 aflossen op zijn rekening-courantschuld bij de groep. Deze relatief beperkte aflossing hangt samen met het feit dat de huidige vastgoedmarkt geen ruimte biedt om de strategische posities van de [D] liquide te maken. In de jaren daarna zal [F] jaarlijks per saldo € 250.000 aflossen op de rekening-courantschuld.”
“Mits per ultimo 2012 de rekening-courantschuld maximaal € 1.500.000 bedraagt.”
“Zoals vorige week telefonisch afgesproken stuur ik u hierbij uw brief van 10 maart inzake de afwikkeling van de rekening-courant tussen de [D] en [F] getekend retour. In mijn beleving hebben we in de bespreking van 4 maart j.l. afgesproken dat de schuld per ultimo 2012 maximaal € 1.500.000 zal bedragen. Deze afspraak blijkt niet uit uw brief. U heeft aangegeven akkoord te gaan met mijn aanvulling omtrent de maximale schuld per ultimo 2012.”
“Zoals afgesproken doen wij u hierbij een voorstel om de niet haalbaar gebleken afspraak van maart 2010 inzake de aflossing van de rekening-courantschuld van [F] aan de [D] te herzien in een nadere afspraak om de schuld tot een aanvaardbare hoogte te verminderen, uiteindelijk tot nihil. Door de crisissituatie in de vastgoedmarkt is het onmogelijk gebleken de eerdere afspraak voor 2012 na te komen.”
In de brief wordt voorgesteld in de jaren 2013 en 2014 een bruto dividend van € 333.333 te laten uitkeren en het netto bedrag daarvan (na aftrek van de in te houden 15% DB) als aflossing op de rekening-courantschuld aan te merken.
(…)
In deze op te maken overeenkomst zal overeengekomen moeten worden dat er geen nieuwe leningen in welke vorm dan ook zullen ontstaan tussen de vennootschap en [F] .
(…)
Indien uw cliënt een dergelijke overeenkomst niet kan (of wil) opmaken zal de gehele rekening courant verhouding door ons per 31-12-2012 als dividend/winstuitdeling worden aangemerkt daar wij dan de kans, dat dit geld ooit nog terugvloeit richting de vennootschap, moeten inschatten als nagenoeg nihil.”
(…)
In de aangifte IB 2014 wordt dit dividend ook aangegeven als genoten regulier voordeel. De toegezonden overeenkomst van geldlening te zake van de resterende € 1.500.000 welke met ingang van 2015 jaarlijks wordt afgelost met € 300.000 door een jaarlijkse bruto dividenduitkering van € 400.000 is akkoord, behoudens artikel 13 lid 2 en Pro 3 (dit kan juridisch niet in een geldleningsovereenkomst bepaald worden, is immers een aandeelhoudersbesluit dat bovendien nog getoetst moet worden op aanvaardbaarheid vanuit de vennootschap bezien en de hoogte van de rente is onacceptabel, 4% is aanvaardbaar.”
“1. Eventuele afboekingen van deze lening(-en) zullen nooit ten laste van het resultaat van [X] B.V. komen.
2. Indien de lening per 31-12-2013 meer bedraagt dan het in deze overeenkomst genoemde € 1.500.000, zal het meerdere als uitdeling van winst (dividend) in 2014 worden aangemerkt.
3. Bij het niet voldoen aan de verplichtingen van de aflossing en/of rente zal terstond het gehele resterende bedrag als uitdeling van winst (dividend) worden aangemerkt.”
“Op verzoek van de heer [E] van Belastingdienst kantoor Enschede om een naheffingsaanslag dividendbelasting over het jaar 2014 op te leggen voor [X] B.V., doe ik u hierbij toekomen het aanslagbiljet.
Hij geeft aan dat er in 2014 een dividend beschikbaar is gesteld van € 661.117.
De verschuldigde belasting bedraagt € 99.167.
(…)”
“Op 4 juli 2014 is er een naheffingsaanslag dividendbelasting 2014 bij [X] BV opgelegd voor een bedrag van € 99.167. In de begeleidende brief bij deze naheffingsaanslag dividendbelasting 204 staat de volgende zin:
“Hij geeft aan dat er in 2014 een dividend beschikbaar is gesteld van € 661.117.”
Deze zin moet worden vervangen door de volgende tekst:
“De naheffingsaanslag is opgelegd omdat geconstateerd is dat de vordering in rekening courant meer beloopt dan het afgesproken plafond van € 1.500.000. Het meerdere (€ 66.117) wordt door de Belastingdienst beschouwd als een uitdeling van zogeheten vermomd dividend.”
(…)”
Geschil
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;