Eiseres, Stichting [X], maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting (vpb) 2010 en de verliesvaststellingsbeschikking, waarbij een verlies van €7.854.895 was vastgesteld door afwaardering van huurwoningen. Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is omdat het bezwaar eiseres niet in een betere positie kan brengen ten aanzien van de bestreden besluiten.
De rechtbank stelt vast dat de aanslag nihil is vastgesteld en dat dit nihil zou blijven, ook als het bezwaar gegrond zou worden verklaard. Het bezwaar kan dus geen verbetering van de positie van eiseres opleveren. Hoewel eiseres stelt dat haar belang ligt in het voorkomen van verliesverdamping en het behoud van verrekenbare verliezen voor toekomstige jaren, is dit belang onvoldoende om ontvankelijkheid te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat eiseres geen belang heeft bij het bezwaar en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.