ECLI:NL:RBGEL:2015:6830
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van artikel 55 CAO Bouwnijverheid op arbeidsmigranten en loonuitruil
In deze zaak staat centraal of een uitzendonderneming de kosten van huisvesting aan arbeidsmigranten die in Nederland werken, maar in het buitenland wonen, moet vergoeden op grond van artikel 55 van Pro de CAO Bouwnijverheid. De FNV stelt dat deze kosten onbelast moeten worden vergoed en dat de uitzendonderneming de kosten niet op de werknemers mag verhalen. De uitzendonderneming betoogt dat de huisvesting die zij ter beschikking stelt als tijdelijke woning moet worden gezien en dat de werknemers deze kosten zelf moeten dragen.
De kantonrechter overweegt dat de bewoordingen van artikel 55 ruimte Pro laten voor beide interpretaties, maar dat de uitleg van de uitzendonderneming het meest redelijk is. Dit omdat het begrip 'woning' ook de tijdelijke huisvesting nabij de werkplek omvat, en de regeling is bedoeld om werknemers te beschermen tegen onredelijke reistijden. De uitleg van de FNV zou leiden tot onredelijke en praktisch onuitvoerbare verplichtingen, zoals wekelijkse vergoeding van reiskosten naar het buitenland.
Verder oordeelt de rechter dat de loonuitruilregeling in artikel 22 van Pro de CAO NBBU rechtsgeldig is toegepast, aangezien de werknemers schriftelijk geïnformeerd zijn over de uitruil. De uitzendonderneming is ook niet gehouden de voedingstoelage te betalen, omdat artikel 55 niet Pro van toepassing is in de situatie van deze arbeidsmigranten. De overige vorderingen van de partijen worden afgewezen of de uitzendonderneming wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen van FNV af en verklaart dat de uitzendonderneming loonuitruil mag toepassen en de voedingstoelage niet verschuldigd is.