Conclusie
[A] /FNVwaarin eveneens een vraag van uitleg van een CAO-bepaling aan de orde is.
1.Feiten
uurbeloningen en vergoedingen’, luidt - voor zover hier van belang -:
Vergoeding voor bouwplaatswerknemers bij verafgelegen werken’. Het luidt - voor zover hier van belang -:
Overige vergoedingen en toeslagen’. In dat hoofdstuk staan ook de artikelen 50 en 51.
Toepassing CAO voor de Bouwnijverheid voor uitzendkrachten als bedoeld in artikel 6’) bij deze CAO is vastgelegd dat de voor deze zaak relevante bepalingen van art. 50, 51 en 55 van toepassing zijn op uitzendkrachten in een zogenoemde bouwplaatsfunctie. Verder volgt uit art. 7 CAO Pro Bouwnijverheid, in combinatie met bijlage 3 (‘
Toepassing CAO voor de Bouwnijverheid voor buitenlandse arbeidskrachten als bedoeld in artikel 7’) dat deze zelfde bepalingen van toepassing zijn op werknemers die gewoonlijk buiten Nederland werken en wiens arbeidsovereenkomst wordt beheerst door een ander recht dan het Nederlands recht.
2.Het geschil en het procesverloop
kostelooster beschikking stellen.
grieven 3 en 4falen.
woningwaarin zij ten tijde van het verrichten van hun arbeid wonen, te weten de woning in Nederland en niet de eventuele woning in het land van herkomst. Het is evident dat de onderhavige bepaling betrekking heeft op (Nederlandse en buitenlandse) werknemers die op verzoek van hun werkgever arbeid verrichten ver van hun woning (in het geval van een arbeidsmigrant ver van zijn Nederlandse woning) en daardoor onredelijk lange reistijden kunnen hebben en in zoverre bescherming behoeven.
woningde woning is waar zij in de tijd van hun arbeid (al dan niet tijdelijk) wonen.
grieven 2, 5, 6, 7 en 10niet tot vernietiging van het bestreden vonnis kunnen leiden.
grieven 1, 8 en 9betreffen de mogelijkheid tot uitruil van het bruto loon met onder meer de kosten voor de huisvesting in Nederland en gaan ervan uit dat de door FNV voorgestane uitleg van het begrip
woningin artikel 55 CAO Pro Bouwnijverheid juist is.
3.Inleidende opmerkingen
in de zin van art. 55 lid Pro 1te verstrekken voorrang zou hebben. Die consequentie maakt de door FNV voorgestane uitleg er naar mijn mening niet plausibeler op, zeker als men bedenkt dat de beide regelingen al geruime tijd naast elkaar bestaan [15] en de ET-regeling in de bouwsector kennelijk veelvuldig wordt toegepast. [16]
In het betoog van FNV in cassatie speelt de ongelijke behandeling geen rol …”. [21] Daarmee lijkt zij de laatste klacht van onderdeel 2 in te trekken. Ook als dat niet zo is bedoeld, kan m.i. aan die klacht voorbij worden gegaan, nu deze uitsluitend was onderbouwd met een verwijzing naar een passage in de processtukken. [22]
4.Bespreking van de cassatiemiddelen
) [27] en (iii) een tweetal brieven van het Technisch Bureau Bouwnijverheid (hierna: TBB), dat is belast met de handhaving van de CAO Bouwnijverheid. [28]
voor een ieder kenbare officiële toelichtingenkunnen worden aangemerkt, als juist kan worden aanvaard. Áls dat het geval is, dan mist het onderhavige middel belang, wat er ook zij van het door het hof gehanteerde uitgangspunt dat slechts een toelichting die onderdeel van de collectieve arbeidsovereenkomst vormt of daaraan is gehecht, bij de uitleg van een CAO mag worden betrokken.
“een organisatie waarin werkgevers en werknemers in verband met de uitvoering en toepassing van de CAO Bouw + Infra en de andere in de branche geldende CAO’s, zoals die betreffende fondsenbepaling, paritair samenwerken”- zijn niet aan te merken als voor een ieder kenbare officiële toelichting van de CAO-partijen op de onderhavig CAO. [36] Dat volgt reeds, zoals [verweerster] in haar schriftelijke toelichting onder 74 terecht opmerkt, uit het feit dat het gaat om brieven die gericht zijn aan CAO-partijen bij de ABU-CAO voor Uitzendkrachten en partijen bij de NBBU-CAO voor uitzendkrachten, respectievelijk aan de NBBU. [37] Daarbij komt dat ook het TBB geen partij bij de onderhavige CAO is.
FNV/Condor. [41]
waaromdoor die beslissing of overweging het recht is geschonden.
in de eerste plaatsop het standpunt dat de bewoordingen van de CAO-bepaling geen ruimte laten voor een tekstuele interpretatie volgens welke in een geval als het onderhavige onder het begrip ‘woning’ de (tijdelijke) woning van de arbeidsmigrant in Nederland wordt verstaan.
de tweede plaatsbeoogt FNV op te komen tegen het oordeel van het hof (onder verwijzing naar het vonnis van de kantonrechter) dat de door haar voorgestane uitleg leidt tot ongerijmde gevolgen.
tot slotdat de door [verweerster] bepleite uitleg een ongelijke behandeling van arbeidsmigranten tot gevolg heeft. De andersluidende overweging van het hof bestrijdt zij met een verwijzing naar haar toelichting op grief 10.