ECLI:NL:RBGEL:2015:6832
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onbevoegdheid bij oplegging WWB-boete
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de rechtbank Gelderland het boetebesluit van 9 december 2013 vernietigd omdat verweerder niet bevoegd was deze boete op te leggen. De zaak betrof een geschil over een boete opgelegd wegens vermeende schending van de inlichtingenverplichting op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).
De rechtbank verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin reeds was vastgesteld dat verweerder niet bevoegd was tot het opleggen van de boete, gelet op artikel 5:44, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude. Er was geen sprake van uitzonderingssituaties die bevoegdheid konden rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat zij gebonden is aan de tussenuitspraak en ziet geen aanleiding om daarvan af te wijken. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd en het primaire besluit van 9 december 2013 wordt herroepen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalt dat verweerder het griffierecht moet vergoeden.
De beroepsgronden over verwijtbaarheid, opzet en grove schuld behoeven geen bespreking gezien de onbevoegdheid tot boeteoplegging. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het boetebesluit van 9 december 2013 wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van verweerder tot boeteoplegging.