Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 12 november 2015
[X] , woonplaats onbekend, eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil
Shannon v United Kingdom, ECLI:CE:ECHR:2005:1004JUD000656303) betoogd dat in dit geval uit het nemo tenetur-beginsel voortvloeit dat hij niet gehouden is aan zijn verplichtingen ingevolge de artikelen 47 en 49 van de AWR, aangezien inmiddels is gebleken dat de strafrechter van door hem verstrekte gegevens en inlichtingen gebruik maakt om hem strafrechtelijk te veroordelen.
criminal charge. Daarbij komt, dat het recht om niet aan zijn eigen veroordeling mee te werken zich slechts uitstrekt tot gegevens en inlichtingen die afhankelijk zijn van de wil van een verdachte. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat in een dergelijk geval van onder dwang verkregen wilsafhankelijk materiaal geen gebruik mag worden gemaakt in een procedure die betrekking heeft op een
criminal charge. Dit is een voldoende waarborg voor de rechten van een (mogelijke) verdachte (vgl. EHRM 16 juni 2015, appl.no. 784/14,
Van Weerelt t. Nederland, ECLI:CE:ECHR:2015:0616DEC000078414, en Hoge Raad 24 april 2015, zaaknrs. 14/02420 en 14/02691, ECLI:NL:HR:2015:1117). Voor de onderhavige belastingprocedures geldt in ieder geval dat het nemo tenetur-beginsel eiser niet ontslaat van de verplichting te voldoen aan de op hem rustende informatieverplichtingen.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;