Uitspraak
[gemachtigde] en [B] .
in aanmerking nemende dat:(…)
- dat de werkzaamheden van [X] als voorzitter van het bestuur van het Pensioenfonds Wonen sinds de aanvang van de kredietcrisis in september 2008 aanzienlijk zijn toegenomen, zodat hij sinds die tijd een groter deel van zijn beschikbare tijd aan deze bestuurstaak heeft moeten besteden;
komen overeen als volgt:1. De inkomsten die [X] geniet uit hoofde van zijn werkzaamheden als voorzitter van het bestuur van het Pensioenfonds Wonen komen jaarlijks tot een bedrag van € 30.000 toe aan [X] . Bedragen deze inkomsten in enig jaar minder dan € 30.000, dan komt het gehele bedrag van de inkomsten toe aan [X] .
(…) “
– kort gezegd – op het resultaat uit een werkzaamheid het winstregime van toepassing. Een eventuele last die voortvloeit uit de overeenkomst zal dan ook in mindering strekken op de inkomsten en op die wijze tot uitdrukking komen in het uiteindelijk resultaat. Gelet op de omstandigheid dat het hier gaat om een last dan wel aftrekpost, rust in dit geval op eiser de bewijslast om aannemelijk te maken dat die last terecht in aanmerking is genomen. Eiser heeft hiertoe gewezen op de concept-overeenkomst. Verweerder heeft evenwel gesteld dat die niet zakelijk is en daarom de aftrekpost niet kan rechtvaardigen.
Uit het gestelde in de stukken en de verklaringen van eiser ter zitting leidt de rechtbank af dat eiser vanwege zijn persoonlijke kwaliteiten is gevraagd voor de werkzaamheden bij CBW en het Pensioenfonds Wonen. Gelet hierop, en nu de nevenwerkzaamheden geen verband houden met de ondernemingsactiviteiten anders dan dat eiser daardoor als branchegenoot benoembaar is, is de rechtbank dan ook van oordeel dat de nevenwerkzaamheden verricht door eiser zozeer zijn verknocht met zijn persoon dat hetgeen uit de nevenwerkzaamheden voortvloeit hem aangaat (zie ook Hoge Raad 11 januari 2013, 12/01043, ECLI:NL:HR:2013:BY8155 en Hoge Raad 24 juli 2001, 36.436, ECLI:NL:HR:2001:AB2782). De omstandigheid dat deze werkzaamheden in het belang zijn van de onderneming is van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te leiden.
Gelet op de gemotiveerde betwisting door verweerder, had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van eiser gelegen nu hij de bewijslast van de aftrekpost draagt om zijn stelling, dat de overeenkomst zakelijk is, nader te onderbouwen. Hierin is eiser niet geslaagd. Nog daargelaten de terugwerkende kracht die aan de overeenkomst is gegeven, heeft eiser niet inzichtelijk gemaakt hoeveel tijd hij heeft besteed aan zijn nevenwerkzaamheden en of en in hoeverre de aan de nevenwerkzaamheden bestede tijd ten koste is gegaan van de werkzaamheden voor de beheermaatschappij in zodanige mate, dat dit tussen een niet gelieerde werkgever en werknemer tot nadere afspraken over de nevenwerkzaamheden zou leiden. In dit licht beschouwd is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, ook niet te beoordelen of de doorbetaling met uitzondering van een bedrag van € 30.000 per jaar al dan niet zakelijk is.
22.Gelet op het voorgaande dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.
23.De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;