ECLI:NL:RBGEL:2015:933
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen beëindiging ziektegelduitkering eigenrisicodrager Ziektewet
De werkneemster, in dienst bij de werkgever sinds 2009, meldde zich ziek met klachten van vermoeidheid, hoofdpijn en duizeligheid. Diverse medische rapportages, waaronder van huisarts en bedrijfsarts, wezen op chronische vermoeidheid en spanningsklachten. De bedrijfsarts adviseerde re-integratie, maar deze is niet uitgevoerd.
De werkgever, eigenrisicodrager ZW, liet de ziektegelduitkering per 1 november 2013 beëindigen. Het UWV verklaarde het bezwaar van de werkneemster gegrond en herstelde de uitkering. De werkgever stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat er geen medische beperkingen waren en dat begeleiding door maatschappelijk werk geen medische behandeling is.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig is verricht en dat de werkneemster op de datum in geding nog steeds arbeidsongeschikt was op basis van dezelfde klachten. De rechtbank concludeert dat het primaire besluit in strijd was met de Awb en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen het besluit tot voortzetting van de ziektegelduitkering is ongegrond verklaard.