ECLI:NL:RBGEL:2016:1395

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 maart 2016
Publicatiedatum
9 maart 2016
Zaaknummer
292160
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Comparitie bevolen in medische aansprakelijkheidszaak over overlijdensschade

De rechtbank Gelderland heeft op 17 februari 2016 een vonnis gewezen in een civiele procedure tussen eisers en gedaagde inzake medische aansprakelijkheid en overlijdensschade. De zaak was eerder ambtshalve doorgehaald en vervolgens op verzoek van eisers heropend. In het eerdere vonnis werd gedaagde aansprakelijk gesteld voor 8,9% van de door eisers geleden schade.

Eisers hebben hun schadevordering aangepast op basis van een rapport van Laumen Expertise, waarbij de overlijdensschade voor beide eisers is gespecificeerd en verhoogd. Gedaagde heeft inhoudelijke bezwaren tegen dit rapport, onder andere over de gehanteerde rekenmodellen, uurtarieven en aannames over de arbeidsdeelname van de overledene.

Gezien de complexiteit en de duur van de procedure beveelt de rechtbank een comparitie van partijen om nadere inlichtingen te verkrijgen en een mogelijke minnelijke regeling te beproeven. Partijen worden verplicht persoonlijk te verschijnen met hun advocaten, en de comparitie zal plaatsvinden onder leiding van een rechter-commissaris. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot na deze comparitie.

Uitkomst: De rechtbank beveelt een comparitie van partijen om nadere inlichtingen te verkrijgen en een minnelijke regeling te beproeven, waarna verdere beslissing volgt.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/292160 / HA ZA 15-629 / 167
Vonnis van 17 februari 2016
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

wonende te Wageningen,
2.
[eiser 2],
wonende te Wageningen,
eisers,
advocaat mr. L.T.G. van Engelen te Wageningen,
tegen
[gedaagde],
wonende te Wageningen,
gedaagde,
advocaat mr. D. Zwartjens te Utrecht.
Partijen zullen hierna [eisers] , dan wel afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] , en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van 23 oktober 2013 (C/05/208656 / HA ZA 10/2371), waarna de zaak ambtshalve is doorgehaald
- het verzoek van [eisers] om de zaak ter heropenen
- de akte van [eisers]
- de antwoordakte van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De rechtbank volhardt bij hetgeen in het vonnis van 23 oktober 2013 met zaak- en rolnummer C/05/208656 / HA ZA 10/2371 is overwogen en beslist.
2.2.
In voormeld vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat [gedaagde] aansprakelijk is voor en gehouden is tot vergoeding van 8,9% van de door [eisers] geleden schade. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit de laten over het verdere verloop van de procedure, waaronder de (omvang van de) schade en de wijze van begroten daarvan. Partijen hebben nadien minnelijk overleg gevoerd, maar zijn niet tot overeenstemming gekomen. Nadat de zaak ambtshalve was doorgehaald, is de zaak op verzoek van [eisers] weer heropend en op de rol geplaatst.
2.3.
[eisers] heeft, onder overlegging van een rapport van Laumen Expertise van 21 juli 2014, zijn vordering met betrekking tot de omvang van de schade gewijzigd, in die zin dat de schade van [eiser 1] ter zake van gederfd levensonderhoud (verschenen behoeftigheid en toekomstige behoeftigheid, te vermeerderen met de fiscale component) wordt vastgesteld op een bedrag van € 209.646,96 en de schade van [eiser 2] op een bedrag van € 68.508,34.
[eisers] vordert dat de rechtbank [gedaagde] uitgaande van deze bedragen zal veroordelen tot betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 mei 1997 en met betrekking tot de toekomstschade vanaf de datum van de inleidende dagvaarding althans vanaf de kapitalisatiedatum.
De in de dagvaarding gevorderde buitengerechtelijke kosten ad € 13.507,55 worden vermeerderd met de kosten voor het laatste rapport van Laumen Expertise ad € 4.472,16 en komen uit op een totaalbedrag van € 17.979,71. [eisers] vordert dat [gedaagde] in de volledige buitengerechtelijke kosten, waaronder de kosten van de deskundigen, en de proceskosten wordt veroordeeld.
2.4.
[gedaagde] heeft (in ieder geval) drie inhoudelijke bezwaren tegen het rapport van Laumen Expertise:
- anno 2015 dient de overlijdensschade te worden berekend aan de hand van het Rekenmodel Overlijdensschade van de Denktank Overlijdensschade;
- de uurtarieven voor de kosten huishoudelijke hulp en het aantal uren zijn buitenproportioneel hoog;
- uitgangspunt bij de berekening van Laumen is dat mevrouw [naam] in de situatie zonder overlijden onverminderd aan het arbeidsproces zou hebben deelgenomen, terwijl niet uitgesloten kan worden dat zij nog een kind zou hebben gekregen en haar werkuren daar op zou hebben aangepast.
Om te voorkomen dat een volledig nieuwe berekening moet worden gemaakt met de daarmee gepaard gaande kosten verzoekt [gedaagde] de rechtbank een comparitie van partijen te gelasten, onder meer om een mogelijke schikking te beproeven.
2.5.
Gelet op het voorgaande en gelet op de duur van de onderhavige procedure, die in 2010 is aangevangen, ziet de rechtbank aanleiding een comparitie te bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
2.6.
De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
2.7.
In beginsel wordt ter comparitie aan de raadslieden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zullen echter niet worden toegestaan.
2.8.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van de daartoe tot rechter-commissaris benoemde mr. K. van Vlimmeren-van Ommen in het gerechtsgebouw te Arnhem aan de Walburgstraat 2 - 4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,
3.2.
bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn,
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
2 maart 2016voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de donderdagen in de maanden april tot en met juni 2016, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,
3.4.
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,
3.5.
bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,
3.6.
wijst partijen er op, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken,
3.7.
bepaalt dat schriftelijke stukken waar een partij zich op wenst te beroepen uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting aan de rechtbank en de wederpartij moeten zijn toegestuurd,
3.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp, mr. S.C.P. Giesen en mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2016.