De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van verwijtbaar handelen (e-grond) en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). De werknemer had zonder toestemming twee mobiele telefoons van een relatie van de werkgever ontvangen, wat in strijd was met de gedragsregels. Hoewel verwijtbaar, was het handelen niet ernstig genoeg voor ontbinding op e-grond. Wel was de arbeidsrelatie ernstig en duurzaam verstoord, waardoor ontbinding op g-grond werd toegewezen.
De werknemer was ruim 28 jaar in dienst en had een onberispelijke staat van dienst. De werkgever had echter onterecht een recherchebureau ingeschakeld, wat het vertrouwen verder aantastte. Daarom werd de werkgever ernstig verwijtbaar geacht en werd aan de werknemer naast de transitievergoeding een billijke vergoeding van €90.000 toegekend.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 juli 2016, met behoud van de wettelijke opzegtermijn. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten, tenzij de werkgever het verzoek intrekt, dan draagt zij de kosten. De kantonrechter oordeelde dat de situatie een uitzonderlijk geval betrof waarin de billijke vergoeding passend was vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.