Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 7 april 2016
[X] , te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht,verweerder.
Procesverloop
€ 1.698.
Overwegingen
Pensioen- en spaarfondsenwetBlijkens een door de werkgever van de verzekeringsnemer aan de Maatschappij
afgegeven schriftelijke verklaring behelst deze verzekering een verzekering als
bedoeld in art. 2, lid 4, onder C, van de Pensioen- en spaarfondsenwet.
(…)
Pensioenclausule
als koopsom voor een bij de Maatschappij of een andere verzekeringsonderneming
– als bedoeld in art. 2, lid 4, van de Pensioen- en spaarfondsenwet – aan te kopen
pensioen(en).
Loonbelasting en/of andere wettelijke heffingenOp de uitkeringen zullen door de Maatschappij die bedragen in aftrek wordengebracht, tot welker inhouding zij ingevolge de Wet LB 1964 en/of andere ten tijdevan de uitkering van kracht zijnde wettelijke bepalingen verplicht is. (…)
Premiebetaling
De vervolgens telkens op 1 oktober
vervallende premie bedraagt
“Geachte heer [E]
Via [D] B.V. ontvingen wij ter beantwoording uw brief van 5-1-2000 (zie bijlage 1.).
Als bijlage 2. gelieve u de gevraagde pensioenbrief aan te treffen.
Uit bijlage 3. blijkt het resultaat van het onderbrengen van de pensioenverplichtingen van
B.V. bij een externe verzekeringsmaatschappij, te weten Zwitserleven.”
“Geachte heer [gemachtigde] ,
(…)
1. Na-indexatieUw visie over de minimale na-indexatie van 3% (met open eind!) deel ik beslist niet, maar uit
praktische overwegingen laat ik deze zaak nu rusten. Gezien de nieuwe wetgeving zullen alle
pensioenbrieven en –toezeggingen uiterlijk in 2004 moeten zijn aangepast aan de nieuwe
regelgeving. Te zijner tijd zal dan worden beoordeeld of de aangepaste pensioenbrief kan
worden gevolgd.”
(€ 319.338 * 20%) € 63.867 aan revisierente in rekening gebracht.
a. De polis is sinds 2001 in de aangiften IB/PVV als vermogensbestanddeel in
box III opgegeven.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de aanslag IB/PVV 2012 en de inhouding loonheffingen 2012 ongegrond.
mr. drs. M.J.C. Pieterse, rechters, in tegenwoordigheid van mr.drs. O.D. Heitling, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 7 april 2016
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;