ECLI:NL:RBGEL:2016:2945
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding met onvoldoende motivering bezwaarschriftencommissie
Eiser ontving bijstand als alleenstaande, maar verweerder trok deze bijstand in over de periode 1 juli 2012 tot 1 maart 2013 wegens het verzwegen bestaan van een gezamenlijke huishouding met een vrouw die bij eiser verbleef. Dit werd vastgesteld aan de hand van onderzoek, waaronder waarnemingen, waterverbruik en verklaringen van eiser zelf.
Eiser stelde dat de bezwaarschriftencommissie ten onrechte stukken die kort voor de hoorzitting waren ingediend buiten beschouwing had gelaten en dat het bestaan van een gezamenlijke huishouding niet aannemelijk was. De rechtbank oordeelde dat de commissie onvoldoende had gemotiveerd waarom de stukken buiten beschouwing waren gelaten, maar dat dit gebrek niet tot schending van de belangen van eiser leidde.
Verder werd geoordeeld dat eiser gehouden kon worden aan zijn verklaring tijdens het tweede verhoor, dat het waterverbruik en andere feiten het bestaan van een gezamenlijke huishouding ondersteunen, en dat de alternatieve verklaringen van eiser onvoldoende aannemelijk waren. Verweerder had terecht de bijstand ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Klein Egelink.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding wordt ongegrond verklaard.