Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 7 juni 2016
de erven [X] , te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
- aan [X] (hierna: erflater) (BSN [000] ) een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) voor het jaar 1999;
- aan erflater een navorderingsaanslag vermogensbelasting (hierna: VB) voor het jaar 2000;
- aan de erven [X] navorderingsaanslagen IB/PVV voor de jaren 2000 tot en met 2010.
Overwegingen
- Hij heeft geen bankrekeningen, onroerende zaken en/of ander vermogen in het buitenland. Ook niet bij Fortisbank en Stadtsparkasse. Hij wil geen brieven naar de banken opsturen om informatie op te vragen.
- Hij heeft rekeningen bij Homburg, ABN AMRO en ING, allen banken in Nederland.
- De rekening bij Homburg heeft hij een paar jaar en daar staat ongeveer € 240.000 op.
- De andere rekeningen heeft hij al langer dan 12 jaar en daar staat niet zoveel geld op.
- Hij kon naast zijn uitkering van UWV sparen door de handel in baren zilver (een baar is een kilo zilver). Dit doet hij al 20 tot 30 jaar. Hierover hoeft geen belasting te worden betaald, omdat het is aangemerkt als een risicovolle belegging. Daarnaast verkoopt hij schilderijen.
- Op de verkoop van schilderijen heeft hij geen winst gemaakt. De schilderijen waren een erfenis van zijn moeder, de laatste 3 jaar heeft hij er een paar verkocht. Dit heeft hij eerlijk in de aangifte opgenomen en gestald bij Homburg.
- De toename van zijn spaargeld in 2005 - 2007 kwam door de verkoop van zilver.
- Het in de aangifte vermelde bedrag aan obligaties/aandelen per 31 december 2010 van € 240.000 zijn de beleggingen bij Homburg. De herkomst van dit vermogen is de verkoop van zilver en schilderijen. Dit bedrag heeft hij niet in 2010 verdiend.
- Hij verkoopt zilver aan [E] in [T] . Daar reed hij met ongeveer 200kg zilver naar toe (€ 600 per kilo). Hij heeft daar geen bonnen meer van, de betaling ging meestal contant.
.Kort samengevat heeft erflater tijdens dit gesprek het volgende verklaard:
- De baren zilver zijn niet onder zijn eigen naam verkocht aan [E] . Hij was voor de helft gerechtigd tot de opbrengsten uit de verkoop. De verkopen hebben medio 2009 plaatsgevonden.
- Hij heeft op zijn eigen naam kleine hoeveelheden, een paar kilo, zilver aan [E] verkocht.
- De obligaties bij Homburg, die hij in januari en maart 2010 heeft gekocht, zijn gefinancierd met opbrengsten uit de verkoop van zilver en schilderijen.
- Hij heeft in november 2011 € 205.000 gestort op een rekening bij Stadtsparkasse. Daarvoor heeft het geld 9 tot 10 maanden in 2011 op een rekening bij ABN AMRO gestaan. Het geld is van de ABN AMRO naar ING overgemaakt en vervolgens naar Stadtsparkasse. Daarvóór heeft het geld niet op een rekening gestaan, het geld was verdiend met de verkoop van schilderijen.
“ [B] zegt: “deze brieven (de Duitse vertaling) zijn niet juist, deze brieven zaten als bijlage bij het op 2 december 2011 toegestuurde gespreksverslag. Bij de toegestuurde brief informatiebeschikking van 20 december 2011 zitten de juiste brieven”. [X] zegt: “Ik heb de brieven met de juiste gegevens naar de banken gestuurd.” ”
- Uit het cliëntregister blijkt dat erflater in de periode 2008 tot en met 26 januari 2012 zeven keer op eigen naam zilver en oude gouden sieraden heeft verkocht in beperkte hoeveelheden.
- Volgens [E] is het voor particulieren hoogst ongebruikelijk om transacties te doen van honderden kilo’s zilver. In de voorraadadministratie komen sinds 2008 geen dergelijke transacties met particulieren voor. Er zijn maar 3 klanten waarmee dergelijke transacties worden gedaan en dit zijn ondernemers. Vanwege de verschuldigdheid van btw is de verkoop van zilver door particulieren niet aantrekkelijk.
- Als erflater aanwezig is bij een transactie van een ander, dan moet hij zich legitimeren.
- Volgens [E] is het niet mogelijk om € 240.000 te verdienen in de periode
.Kort samengevat:
- Stadtsparkasse: In 1994 is CAD 280.000 gestort ten behoeve van een beleggingsproduct. Op 19 februari 2004 is deze belegging terugbetaald. Het volledige saldo bedroeg op dat moment (inclusief rente) € 175.700. Dit bedrag is gestort in een polis. Dit bedrag is opgenomen (€ 19.975 op 14 februari 2006, € 169.102 op 26 juni 2008 en in 2009 het restant van € 1.023).
- Stadtsparkasse: Op 11 november 2011 heeft erflater opnieuw een bankrekening en een beleggingsdepot bij deze bank geopend en is € 205.000 gestort.
- ABN AMRO: In 2004 zijn contante stortingen gedaan van in totaal € 17.325. De herkomst van deze gelden is niet bekend.
- ABN AMRO: In februari 2011 vinden twee contante stortingen plaats van in totaal € 225.000. De herkomst van deze gelden is niet bekend. Van dit geld is op 3 oktober 2011 € 205.000 naar de ING overgemaakt.
- ING: Er wordt actief gebankierd bij deze bank met overboekingen tussen de betaalrekening en de spaarrekeningen. Op 15 januari 2010 wordt € 150.000 gestort op de spaarrekening en op 29 maart 2010 € 53.000. De herkomst van de gestorte gelden is onbekend. Het geld is aangewend voor de aankoop van participaties bij Homburg van € 153.578,86 (22 januari 2010) en € 93.473,93 (30 maart 2010). In totaal dus € 247.052,79.
- ING: Het op 3 oktober 2011 van de ABN AMRO naar ING overgemaakte bedrag van € 205.000 is op 8 november 2011 overgemaakt naar Stadtsparkasse.
- SNS-Reaal: Geen relevante informatie ontvangen.
- Fortisbank: Op basis van verdragen is het voor de Belastingdienst niet mogelijk informatie op te vragen bij deze Belgische bank. Er is geen informatie ontvangen van erflater over bij deze bank aangehouden tegoeden. Volgens de tipgever zou de rekening bij Fortisbank in 2009 zijn opgeheven.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;