ECLI:NL:RBGEL:2016:4064
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij verzet tegen vonnis in kort geding en verwijzing naar voorzieningenrechter
In deze zaak richt het verzet zich tegen een vonnis in kort geding dat bij verstek is uitgesproken. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij niet bevoegd is om van het verzet kennis te nemen, omdat artikel 259 Rv Pro bepaalt dat verzet tegen een vonnis in kort geding moet worden behandeld door de voorzieningenrechter.
Hoewel artikel 73 Rv Pro normaal gesproken verwijzing naar een andere gewone rechter mogelijk maakt, valt de voorzieningenrechter niet onder deze categorie. Desondanks oordeelt de kantonrechter dat analoge toepassing van artikel 73 Rv Pro passend is, omdat de procedure oorspronkelijk als kort geding is aanhangig gemaakt en verzet ook als kort geding moet worden voortgezet.
Deze verwijzing sluit aan bij het stelsel van het burgerlijk procesrecht, waarin een verkeerde procedure of verkeerde aanvang kan worden hersteld zonder nietigheid. De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de voorzieningenrechter voor verdere behandeling en wijst erop dat de eiser in verzet een dagbepaling moet verzoeken volgens het procesreglement en artikel 254 lid 2 Rv Pro.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de voorzieningenrechter voor verdere behandeling van het verzet.