Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
4.973,50(3,5 punten × tarief € 1.421,00)
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak stond centraal of gedaagde, die het beheer voerde over het vermogen van eiser, onrechtmatig had gehandeld door een bedrag van €27.000 te besteden aan de aanschaf van een Mercedes voor zichzelf. De rechtbank oordeelde dat gedaagde niet slaagde in het bewijs dat deze betaling een schenking betrof. De betaling werd aangemerkt als een beheersdaad van gedaagde, die tekort was geschoten in zijn taak.
De procedure omvatte een tussenvonnis, getuigenverhoren van gedaagde en zijn dochter, en conclusies na getuigenverhoor. De verklaringen van gedaagde en zijn dochter werden kritisch beoordeeld en onvoldoende geacht om het bestaan van een schenking aannemelijk te maken. De rechtbank concludeerde dat het bedrag onder beheer van gedaagde bleef en dat hij onrechtmatig handelde jegens eiser.
Eiser vorderde een bedrag van €164.029,36, bestaande uit twee uitkeringen, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank wees deze vordering toe, inclusief beslagkosten, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor onrechtmatig beheer en moet €164.029,36 met rente en kosten aan eiser betalen.