ECLI:NL:RBGEL:2016:5956
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Regularisatieverzoek sociale verzekeringspremies rijnvarende afgewezen onterecht
Eiser, werkzaam als rijnvarende op een binnenvaartschip van een Nederlandse exploitant, verzocht de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om te bepalen dat hij in de periode van 1 december 2011 tot en met 30 september 2013 uitsluitend verzekerd was onder de Luxemburgse sociale zekerheidswetgeving, omdat over die periode premies in Luxemburg waren afgedragen. De SVB wees dit verzoek af op grond van een vermoeden dat de premieafdracht het resultaat was van het doelbewust creëren van een formele werkelijkheid die afwijkt van de materiële werkelijkheid, en stelde dat eiser dit redelijkerwijs had kunnen weten.
De rechtbank oordeelt dat de SVB onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake was van een dergelijke constructie en dat eiser niet duidelijk kon zijn dat de premieafdracht een gevolg was van het doelbewust creëren van een andere werkelijkheid. De complexe Europese regelgeving, de eerdere honorering van een soortgelijk verzoek en het ontbreken van aanwijzingen dat eiser op de hoogte was van de constructie, maken dat het vermoeden niet opgaat.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en bepaalt dat eiser in de betrokken periode niet verzekerd was voor de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving. Tevens veroordeelt de rechtbank de SVB in de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland en is in het openbaar uitgesproken op 8 november 2016.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser wordt aangemerkt als niet verzekerd voor de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving in de periode 1 december 2011 tot en met 30 september 2013.