Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 28 maart 2017
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.
Procesverloop
14 mei 2014 antwoord ontvangen van de Zwitserse belastingdienst.
€ 11,60 voor vergoeding in aanmerking. Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.
Beslissing
- verklaart de beroepen inzake de boetebeschikkingen behorende bij de aanslagen over de jaren 2010 en 2011 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar inzake de boetebeschikkingen behorende bij de aanslagen over de jaren 2010 en 2011;
- vermindert de boetebeschikkingen tot respectievelijk € 1.646 voor het jaar 2010 en € 5.182 voor het jaar 2011;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten en reiskosten van eiser ten bedrage van respectievelijk € 990 en € 11,60;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 45 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;