Uitspraak
[1919] en is overleden op [2004] . Zij is gehuwd geweest met de heer [B] , welk huwelijk door het overlijden van laatstgenoemde op [1996] is ontbonden. Uit het huwelijk zijn drie dochters geboren, onder wie eiseres.
208.257
94.502
17 januari 1997 is geweest.
rijksbelastingen vermelde termijnen van onderscheidenlijk drie, vijf en twaalf jaar gaan
in: (…)
2o voor de schenkbelasting, ingeval geen aangifte is gedaan, na de dag van inschrijving van
de akte van overlijden van de schenker of van de begiftigde in de registers van de
burgerlijke stand, dan wel ingeval niet tijdige aangifte is gedaan, na de dag van die
aangifte met dien verstande dat ingeval zowel de schenker als de begiftigde een
rechtspersoon is, de bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag of navorderingaanslag
twintig jaren na de schenking vervalt;”
zodanig vast, dat deze niet eerder verstrijkt dan twee maanden na de schenking, met dien
verstande dat ten aanzien van de schenking door een ouder aan een kind de termijn
aanvangt bij het einde van het kalenderjaar waarin de schenking hee
22 december 2015 en de uitspraak op bezwaar van 3 mei 2016 is als aangegeven waarde van de schenking ƒ 1 vermeld. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat er een aangifte ter zake van de schenking heeft plaatsgevonden. Uit brieven van verweerder van 18 november en
1 december 2016 leidt de rechtbank af dat deze ƒ 1 om administratieve redenen in de systemen is opgevoerd. Eiseres heeft derhalve niet daadwerkelijk afzonderlijk aangifte recht van schenking gedaan ter zake van deze schenking tot dit bedrag. In haar brief van
1 december 2016 verzet eiseres zich niet tegen deze conclusie. Integendeel zij onderschrijft deze door te concluderen dat de Belastingdienst uit praktische overwegingen voor deze wijze van verwerking heeft gekozen. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat voor het bedrag van ƒ 925.000 niet afzonderlijk aangifte is gedaan.
“De verjaringstermijn kan dus vele tientallen jaren lopen. Een dergelijk lange termijn past
niet meer in de huidige tijd. Voor de schenkbelasting is niet het overlijden, maar de
schenking het belastbare feit. De verjaringstermijn dient bij de schenking aan te grijpen, in
ieder geval indien aangifte is gedaan of de schenking anderszins bij de inspecteur bekend is.
(Advies Raad van State en nader rapport, Kamerstukken II 2008/09, 31990, nr. 4, p. 15)“
13.Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
14.De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
mr. drs. M.J.C. Pieterse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Leeuwen, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;