Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
30 juni 2017 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ),
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraken op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
Kamerstukken II 1996/97, 25 037, nr. 3, p. 35–36). Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 9.6 van de Wet IB 2001 volgt dat dit artikel in de plaats is gekomen voor artikel 65 van Pro de AWR (
Kamerstukken II 2009/2010, 32 130, nr. 3, p. 51) en derhalve niet als doel kan hebben om artikel 18a van de AWR te vervangen danwel buiten toepassing te verklaren. Gelet op de hiervoor weergegeven strekking van artikel 18a van de AWR, is de rechtbank van oordeel dat in een geval als het onderhavige, artikel 45aa van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 niet in de weg staat aan toepassing van artikel 18a van de AWR.