Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Den Haag(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van 14 verhuurde woningen met huurbescherming. De Inspecteur stelde de waarde van deze woningen voor de inkomstenbelasting vast op basis van de WOZ-waarde vermenigvuldigd met een leegwaarderatio. Belanghebbende maakte bezwaar en overwoog dat de werkelijke waarde van sommige woningen minstens 10% lager was dan de forfaitaire waarde, onderbouwd met taxatierapporten.
De rechtbank stelde het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen lager vast dan de Inspecteur, maar verwierp de door belanghebbende aangevoerde lagere waarderingen van de woningen. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de door belanghebbende overgelegde taxatierapporten onvoldoende aannemelijk maken dat de werkelijke waarde 10% of meer lager is dan de forfaitaire waarde, mede omdat de gehanteerde indexeringsmethoden en waarderingsparameters onvoldoende inzichtelijk waren.
Het hof stelde echter vast dat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verminderd moet worden met bedragen gerelateerd aan schulden die nog niet waren verwerkt. Daardoor werden de navorderingsaanslagen over 2011 en 2012 verminderd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het de waardering van de woningen betreft. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen over 2011 en 2012 worden verminderd door een aangepaste waardering van de verhuurde woningen en schulden.