ECLI:NL:RBGEL:2017:4569
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling bemiddelingskosten bij dubbele bemiddeling door verhuurmakelaar
De zaak betreft een vordering van een huurder tegen een verhuurmakelaar voor terugbetaling van bemiddelingskosten die bij het tot stand komen van een huurovereenkomst zijn betaald. De huurder had een bemiddelingsovereenkomst gesloten met de makelaar, die tevens werkzaamheden voor de verhuurder verrichtte.
De kantonrechter stelt vast dat de makelaar zowel voor de huurder als de verhuurder heeft bemiddeld, waardoor op grond van artikel 7:417 lid 4 BW Pro geen recht bestaat op courtage van de huurder. Het beding in de bemiddelingsovereenkomst is daarom vernietigbaar. Hoewel de huurder niet tijdig het beding heeft vernietigd, kan zij zich beroepen op de nietigheid van het beding wegens het bedingen van een niet redelijk voordeel volgens artikel 7:264 lid 2 BW Pro.
De rechter oordeelt dat het bedongen voordeel niet redelijk is en derhalve niet ten laste van de huurder kan komen. De makelaar wordt veroordeeld tot terugbetaling van de bemiddelingskosten van €744,15, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 oktober 2015, en tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten van €135,05. Tevens draagt de makelaar de proceskosten en de nakosten.
De vordering tot betaling van overige kosten wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 6 september 2017 uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: De verhuurmakelaar wordt veroordeeld tot terugbetaling van €744,15 bemiddelingskosten plus rente en bijkomende kosten.