Eiser, afkomstig uit Syrië, woont met andere statushouders in een woning met zes kamers die door de gemeente Barneveld worden verhuurd. Hij betaalt een huurprijs van €229,- per maand voor zijn kamer, gebaseerd op het puntentellingssysteem van de Huurcommissie, wat volgens hem een commerciële en marktconforme prijs is.
Verweerder paste de kostendelersnorm toe op de bijstandsuitkering van eiser, wat leidde tot een lagere uitkering. Eiser betwistte dit en stelde dat de huurprijs in verhouding staat tot het huurgenot en dat de kostendelersnorm daarom niet van toepassing is volgens artikel 19a, eerste lid, onder c, van de Participatiewet.
De rechtbank stelde vast dat de huurprijs van eiser inderdaad marktconform is, mede doordat deze jaarlijks wordt aangepast en daadwerkelijk wordt betaald. De door verweerder gebruikte referentieobjecten waren niet vergelijkbaar, terwijl de door eiser aangeleverde vergelijkingsinformatie betrouwbaar was.
Hierdoor concludeerde de rechtbank dat de kostendelersnorm ten onrechte is toegepast en dat eiser recht heeft op bijstand volgens de norm van een alleenstaande vanaf 10 juni 2016. Het bestreden besluit werd vernietigd, het primaire besluit herroepen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.