Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 15 december 2017
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 7.328.252. [A] had op dat moment een vordering in rekening-courant op eiseres van € 8.055.872. De koopsom is voldaan door overname van de vordering op eiseres. Eiseres heeft € 727.620 – het verschil tussen de koopprijs en de hoogte van de vordering – op een derdengeldenrekening van een notaris gestort.
- [A] met de betaling van de navorderingsaanslag ten tijde van de aansprakelijkstelling van eiseres nog niet in gebreke was;
- de grondslag van de navorderingsaanslag onjuist is;
- niet is voldaan aan de voorwaarde dat het vermogen van [A] is verminderd anders dan ten gevolge van de normale bedrijfsvoering (vermogenseis);
- eiseres zich kan disculperen en
- eiseres op onjuiste wijze aansprakelijk is gesteld voor de verschuldigde invorderingsrente.
Verweerder heeft deze standpunten gemotiveerd betwist.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;