Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
ontvangervan de
Belastingdienst/Kantoor Hoorn(hierna: de Ontvanger)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
binneneen boekjaar worden gerealiseerd. De regels van artikel 15 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting verhinderen naar mijn visie de beoogde verrekening evenmin. (…)
aan het einde van het jaarwaarin de vervreemding plaatsvindt en de vennootschapsbelasting die verschuldigd wordt over de driejaren daarna in verband met de op het tijdstip van de vervreemding aanwezige stille en in het k ader van de heffing van de vennootschapsbelasting toegelaten fiscale reserves
indienhet vermogen van de vennootschap anders dan ten gevolge van de normale bedrijfsvoering van de vennootschap is verminderd in de vijf jaren voorafgaande aan het jaar van de vervreemding, in het jaar van de vervreemding, dan wel in de drie jaren daarna.
27
1.900.475
794.979
7.328.252
27
1.900.475
1.164.386
- 7.560.000
- 5.556.275
3.Geschil
- was [A] ten tijde van de aansprakelijkstelling met betrekking tot de navorderingsaanslag in gebreke;
- is de grondslag van de navorderingsaanslag juist;
- is voldaan aan de voorwaarde dat het vermogen van [A] is verminderd anders dan ten gevolge van de normale bedrijfsvoering (hierna: de vermogenstoets);
- kan belanghebbende zich disculperen.