Eiser verzocht de gemeente Nijmegen handhavend op te treden tegen geur- en geluidsoverlast van afzuiginstallaties van twee restaurants onder zijn appartementencomplex. De gemeente legde last onder dwangsom op, maar eiser bleef hinder ondervinden.
De rechtbank oordeelde dat de last voor één restaurant niet-ontvankelijk was wegens sluiting, maar voor het andere restaurant vernietigde zij het besluit. De geurhinder was onaanvaardbaar hoog ondanks naleving van artikel 3.103 van de Activiteitenregeling milieubeheer. De gemeente had moeten onderzoeken of maatwerkvoorschriften konden worden opgelegd op grond van artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit en artikel 3.103, vierde lid, van de Activiteitenregeling milieubeheer.
Ook was het geluidsonderzoek onvoldoende, omdat niet was vastgesteld of de NSG-richtlijn en Vercammencurve werden overschreden. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met nader onderzoek en eventueel maatwerkvoorschriften.