Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 28 juni 2017 en de daarin genoemde processtukken
- de akte van [eiseres] .
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van €140.000, vermeerderd met btw, van gedaagde op grond van een vermeende overeenkomst. De rechtbank heeft eiseres de bewijsopdracht gegeven om deze overeenkomst aan te tonen. Eiseres heeft getuigen gehoord en aanvullende stukken ingebracht, maar slaagt er niet in voldoende bewijs te leveren dat gedaagde de factuur heeft ondertekend of dat de overeenkomst tot betaling is gesloten.
De rechtbank heeft eerder een deskundigenbericht laten opstellen over de authenticiteit van de handtekening op de factuur, maar concludeerde dat onvoldoende zekerheid bestond dat gedaagde deze had gezet. Eiseres heeft verzocht dit te heroverwegen, maar de rechtbank handhaaft haar eerdere bindende beslissing en sluit nader deskundigenonderzoek uit.
De getuigenverklaringen van eiseres en gedaagde staan haaks op elkaar en de verklaringen van andere getuigen zijn gebaseerd op door eiseres verstrekte informatie, waardoor deze onvoldoende overtuigend zijn. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet is geslaagd in haar bewijsopdracht en wijst daarom de vordering in conventie af.
In reconventie vordert gedaagde doorhaling van het tweede hypotheekrecht dat eiseres op zijn woning heeft gevestigd. De rechtbank overweegt dat het hypotheekrecht is gevestigd als alternatieve zekerheid en dat er geen afspraak is dat het hypotheekrecht automatisch wordt doorgehaald bij afwijzing van de vordering in eerste aanleg. Daarom wordt ook deze vordering afgewezen.
Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en op 22 november 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling en de vordering tot doorhaling van het tweede hypotheekrecht af wegens onvoldoende bewijs en ontbreken van overeenkomst.