Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 28 maart 2018
[X] , te [Z] / [Q] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
de Staat der Nederlanden (Minister voor Rechtsbescherming), de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
- Heeft verweerder alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd;
- Heeft eiser als aandeelhouder van [D] BV bij de verkoop van intellectueel eigendom voordelen genoten die hij ten onrechte niet heeft vermeld in zijn aangifte IB/PVV;
- Is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast;
- Is door een eerder boekenonderzoek sprake van opgewekt vertrouwen dat in de weg staat aan de onderhavige belastingaanslag;
- Dient op grond van artikel 2.17 van de Wet IB 2001 een deel (50%) van de uitdeling aan de echtgenote van eiser te worden toegerekend;
- Is de boete terecht en naar een juist bedrag opgelegd;
- Heeft eiser recht op vergoeding van immateriële schade;
- Heeft eiser recht op een integrale proceskostenvergoeding.
niet(als modificaties van de bestaande technologie) onder de sale-and-lease-backovereenkomst vielen. Verweerder heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de knowhow die op 2 juli 2009 aan [I] is verkocht feitelijk toebehoorde aan [D] , noch dat [D] zich met het oog op de belangen van haar aandeelhouder een voordeel heeft laten ontgaan. Eisers stelling met betrekking tot het vertrouwensbeginsel behoeft daarom geen behandeling meer.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;