Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 maart 2018
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
[naam], te [plaats] ,
Rechtbank Gelderland
Eiser had een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorgverlening onder de Wet langdurige zorg (Wlz). De zorgaanbieder Zorgbruurs B.V. kreeg een aanwijzing van de Inspectie Gezondheidszorg wegens het niet leveren van verantwoorde zorg. De zorg werd overgedragen aan LunterenZorg B.V., die als feitelijke rechtsopvolger werd beschouwd. Het zorgkantoor keurde de zorgovereenkomst met LunterenZorg af omdat deze geen verantwoorde zorg leverde, wat eiser betwistte.
De rechtbank oordeelde dat het zorgkantoor onjuiste wettelijke grondslag gebruikte, maar dat dit motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd omdat de conclusie dat LunterenZorg geen kwalitatief goede zorg leverde juist was. De rechtbank stelde vast dat LunterenZorg de tekortkomingen van Zorgbruurs niet voldoende had verbeterd.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser en moest het griffierecht vergoeden. De uitspraak bevestigt dat het zorgkantoor terecht de zorgovereenkomst afkeurde vanwege het ontbreken van verantwoorde zorgverlening.
Uitkomst: Het beroep tegen de afkeuring van de zorgovereenkomst is ongegrond verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.