Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
904,00(2 punt × tarief € 452,00)
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of eiser dwangsommen heeft verbeurd wegens het niet tijdig ondertekenen van een volmacht voor doorhaling van een hypothecaire zekerheid. De zaak betreft een geschil tussen eiser en gedaagde over de uitvoering van een kort gedingvonnis van 25 juli 2013, waarin eiser werd veroordeeld zich binnen 24 uur na betekening bij de notaris te vervoegen om medewerking te verlenen aan de doorhaling van de hypotheek.
Eiser heeft zich op de dag van afloop van de termijn om 17.00 uur bij de notaris gemeld en uiteindelijk om 18.40 uur een onherroepelijke volmacht getekend. Gedaagde stelde dat de volmacht ook binnen de termijn had moeten zijn ondertekend en dat eiser daardoor dwangsommen had verbeurd. De rechtbank stelde vast dat het dictum van het vonnis de verplichting tot ondertekening niet bevatte, maar slechts de verplichting tot zich vervoegen en medewerking verlenen.
De rechtbank concludeerde dat eiser aan zijn verplichting had voldaan door tijdig te verschijnen en medewerking te verlenen, ook al was de volmacht later getekend. Daarom zijn geen dwangsommen verbeurd. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en op 7 maart 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eiser heeft tijdig voldaan aan zijn verplichting tot medewerking, waardoor geen dwangsommen zijn verbeurd.