ECLI:NL:RBGEL:2018:1965
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand onrechtmatig wegens ontbreken zwaarwegende redenen voor terugkomen op besluit vrijlating letselschadevergoeding
Eiser ontving in 2012 een letselschadevergoeding van €150.000 en vroeg in 2012 en 2013 bijstand aan. Het college besloot in 2013 om €140.000 van de letselschadevergoeding buiten beschouwing te laten bij de vaststelling van het vermogen, waardoor bijstand werd toegekend. In 2017 beëindigde het college de bijstand met de stelling dat het besluit in 2013 fout was en dat de resterende letselschadevergoeding als vermogen moest worden aangemerkt.
De rechtbank stelt vast dat het besluit van 2013 niet onjuist was, omdat het college bevoegd was om een deel van de letselschadevergoeding buiten beschouwing te laten op grond van artikel 31 WWB Pro. Het college heeft een weloverwogen individuele afweging gemaakt zonder strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels.
Verder oordeelt de rechtbank dat terugkomen op een rechtmatig en begunstigend besluit alleen mogelijk is bij onvoorziene omstandigheden en zwaarwegende redenen. Het college heeft niet kunnen aantonen dat er zulke omstandigheden zijn en heeft geen deugdelijke belangenafweging gemaakt. Daarom is het besluit tot beëindiging van de bijstand onrechtmatig.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiser ongewijzigd recht heeft op bijstand. Tevens veroordeelt zij het college in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot beëindiging van de bijstand en herroept dit, waardoor eiser ongewijzigd recht houdt op bijstand.