Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 8 juni 2018
Stichting [X] , te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder.
Procesverloop
.
[E] en [F] .
Overwegingen
Wettelijk kader
door de in artikel 7.2.9 genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en
verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of
krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
a. de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming, alsmede het aantal te volgen praktijkuren per kalenderjaar,
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;