ECLI:NL:RBGEL:2018:2578
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB 2017
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning per peildatum 1 januari 2016, vastgesteld op €214.000, en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2017. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €182.000 voor, onderbouwd met argumenten over achterstallig onderhoud en de staat van de woning.
De rechtbank oordeelt dat de uitspraak op bezwaar zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd, ondanks het ontbreken van een pagina in de aan eiser verstrekte stukken. Eiser had dit kunnen verifiëren door contact met verweerder op te nemen. Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd dat de waarde op €217.000 stelt, en daarnaast vergelijkingsobjecten gebruikt die adequaat zijn.
De rechtbank weegt belangen en besluit de ter zitting overgelegde aanvullende stukken toe te laten, omdat deze niet van omvang zijn dat eiser niet adequaat kan reageren. De waarde van de woning is volgens de rechtbank niet te hoog vastgesteld, mede omdat rekening is gehouden met verschillen in onderhoud en voorzieningen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard.