In deze zaak vordert de huurder, een onderneming in telecommunicatieapparatuur, schadevergoeding van de verhuurder wegens overlast en hinder veroorzaakt door verbouwingswerkzaamheden aan de kelderruimte onder zijn winkelruimte in een winkelcentrum.
De huurder stelt dat de verbouwing, die plaatsvond van april tot augustus 2016, leidde tot ernstige overlast zoals stof, lawaai, slechte bereikbaarheid en het verlies van de kelderruimte, waardoor het huurgenot werd aangetast en omzetverlies ontstond. De verhuurder heeft maatregelen getroffen zoals het realiseren van een nieuwe ingang, het dichten van het trapgat en het aanbieden van alternatieve opslagruimte.
De rechtbank stelt vast dat de overlast binnen redelijke grenzen bleef en dat de verhuurder haar verplichtingen heeft nagekomen. De huurder heeft onvoldoende onderbouwd dat de verhuurder toerekenbaar tekort is geschoten of dat de omzetderving direct aan de verbouwing kan worden toegerekend. De vorderingen worden daarom afgewezen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.