Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiser], te [woonplaats], eiser (gemachtigde: K.A.P.J.E. Weren); en
[eiser]’, te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: K.A.P.J.E. Weren);
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten, verweerder.
Derde-partij: [derde-partij], te [woonplaats], vergunninghouder.
Procesverloop
Overwegingen
- Het hart van het emissiepunt ligt in de aangevraagde situatie 18 centimeter meer naar het zuiden, gemeten vanaf de noordelijke grens van de inrichting.
- T.o.v. de westelijke inrichtingsgrens ligt het emissiepunt in de vergunde situatie tussen 27 centimeter en 200 centimeter vanaf deze inrichtingsgrens. In de aangevraagde situatie ligt het emissiepunt tussen 71 centimeter en 203,5 centimeter van de westelijke inrichtingsgrens. Dit betekent dat het emissiepunt in de aangevraagde situatie 3,5 centimeter meer naar het oosten is verschoven en bovendien 41,5 centimeter kleiner is aangevraagd.
- Het emissiepunt is in de aangevraagde situatie hoger dan in de vergunde situatie.
centimeter naar het oosten en 18
centimeter naar het zuiden is verschoven.
centimeter leidt volgens Balkestein niet tot meetbare verschillen. Voorts heeft Balkestein geconcludeerd dat ook het verhogen van het emissiepunt niet leidt tot grotere nadelige gevolgen voor het milieu. Hiertoe heeft hij erop gewezen dat de afstand naar de omliggende woningen hierdoor niet kleiner wordt, en dat bij een hogere uitstoot van de lucht bovendien meer verspreiding van de uitgaande lucht plaatsvindt, hetgeen minder geuruitstoot op omliggende woningen tot gevolg heeft. Ter zitting heeft hij hier desgevraagd nog aan toegevoegd dat niet is gekeken naar de uitstoot van fijnstof, aangezien deze bij een gelijkblijvend aantal dieren niet verandert.